36. Duizend bommen en granaten

Op 15 april 2009 besloot ik met mijn inmiddels goede vriend Jan H. nog wat locaties te bezoeken waar tijdens de slag om de Ardennen behoorlijk gevochten is. Eén van deze locaties, Trou de Loup, genaamd stond opnieuw op ons lijstje. Dit is het punt waar de Duitse opmars gestopt werd door ene Richard Wiegand. Hij schoot met een bazooka op een Duitse tank, waardoor de weg geblokkeerd werd en de Duitsers onverrichter zake terug naar Grandmenil keerden.

Jan en ik struinden er wat rond, brachten de locatie verder in kaart en tot mijn stomme verbazing vond ik pal naast een boom een….behoorlijk grote granaat.
We besloten het ding voor de veiligheid te verplaatsen en ik zou die middag de politie inschakelen zodat het ding afgevoerd kon worden.
Maar: zoals wel vaker het geval is, was het bureau Fermé (gesloten), dus kon ik pas de andere dag terug.

Op 16 april liep ik, net voor de middagsluiting, opnieuw het bureau binnen en vertelde mijn verhaal tegen een politieagente. Zij keek mij wat ongeïnteresseerd aan, kende de plek niet en wist niet wat ze er mee aan moest. Dus: werd haar mannelijke collega erbij gehaald, die de plek ook niet kende. Achteraf vermoed ik dat beiden mij wat verkeerd begrepen: ik had het over een granaat, maar het is een tank- of artilleriegranaat en dat is wel een behoorlijke maat groter. (zie foto)
Ik werd een politiebus in gedirigeerd en we reden naar de plaats delict.

Ik weet niet hoe het met u zit, maar als ik een politiebureau inloop krijg ik al de neiging om “ik ben onschuldig” te gaan roepen. Echter, na een rondritje door het dorp in een politiebus, waarbij je achterin zit, kreeg ik het behoorlijk benauwd.
Ik voelde me een zware crimineel, waarbij Mark D. maar zwakjes afsteekt.

En het werd er niet beter op toen ik uitstapte op de plaats delict. Opgewekt schoof ik de bladeren opzij en liet de vondst zien. De ogen van beide agenten werden schotelgroot en zij keken vol afgrijzen van de minibom naar mij.

De agent vroeg, met het zweet op het voorhoofd, waar ik het ding had gevonden. Iets minder opgewekt liep ik naar de boom waar de granaat gelegen had. Dat was genoeg om mij weer snel de bus in te bonjouren, de granaat weer met blaadjes te bedekken en in te stappen. Beleefd vroeg ik nog of ze het ding lieten liggen, met omhoog draaiende ogen meldde de agente dat ze dat zéker wel gingen doen, ja! Ofwel, agent en agente vonden mij een volslagen….idiot!

Terug bij het bureau werden wat gegeventjes genoteerd van ondergetekende en werd ik rap buiten gezet. Ik durf te wedden dat daarna meteen de explosievenopruimingsdienst werd gebeld, met de mededeling dat één of ander losgeslagen gek een granaat had gevonden en er een beetje mee had staan gooien. (wat dan weer niet waar is…)

En ik? Ik vraag me af hoe het kan dat zulk spul na bijna 65 jaar nog steeds aan de oppervlakte ligt.
Er moet nog veel meer liggen!
En vervolgens rende ik terug de bossen in, op zoek naar nog meer avontuur en oorlogsmateriaal……

Gepubliceerd op: 16 april 2009

Een reactie plaatsen