7. Circus in het Dorp.

We hadden het beloofd aan de kinderen. Er was een circus in Manhay neergestreken, met wilde dieren, een clown en acrobaten.
In gedachten stelde ik me zo’n giga tent voor met alle glitter en glamour.

Bij mijn bezoek aan de bakker, ik haal iedere dag het verse brood bij bakker Donche en maak altijd een praatje met de bakkersvrouw, waar ik ook nog wel een keer een column aan zal wijden en…. Uh, waar was ik.
Ach: bij het binnentreden van de bakker, zag ik vanuit mijn ooghoeken een kleine tent staan. “Vast voor de beesten” dacht ik nog naïef.

’s Avonds bij het binnentreden van de tent, zo’n 14 bij 12 meter, werd ik overweldigd door melancholie. Dit was een circus naar mijn hart: een lekkende tent, inclusief herniabanken. Een familiecircus, waarbij vader en moeder al hun kinderen hadden ingezet voor een spectaculair programma. En spectaculair was het!
De circusdirecteur joeg zijn publiek, zeker 50 man, voortdurend over de kling: “klappen, met twee handen, wilt u nog meeerrrrrr.” Clown Patate deed lustig mee en lachte naar hartelust zijn depressie weg.
De eerste act was super: de circusdirecteur bleek ook dompteur te zijn en joeg een bejaard paard met heupproblemen door de bak heen. Patate probeerde steeds een stuk tussen de benen te steken, waardoor het beest nog wat sprongen maakte. De circusdirecteur bleek ook in vroeger tijden nog jongleur te zijn geweest. In vroeger tijden wel…. Maar nu vlogen de ballen, ringen en andere attributen je om de oren. Zo ongeveer alles liet hij uit zijn handen vallen. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat clown Patate ‘m achter z’n rug uit stond te lachen, want die kon wel goed jongleren. Als laatste stond de directeur met brandende fakkels te gooien. Een oudere dame links van me pakte haar mobiel en toetste alvast het nummer van de plaatselijke brandweer in. Vanachter de coulissen kwam ons een behoorlijke schroeilucht tegemoet na beëindiging van de act. Na een seniele geit, een daverend stukje acrobatisme door een gepimpte dochter, was het tijd voor een bingo. Bingo? In een circus? De beestjes hadden het zo slecht, daar wilde het circus wel extra geld voor ophalen. Aangezien wij met ons gezin al zo’n slordige dertig euro had neergeteld voor een zitplaats op banken met houtworm, besloten we hier niet aan mee te doen.
Na de pauze, ja er was een pauze, was het tijd voor een lama met schizofrene neigingen: het beest keek je zo agressief aan, dat ik blij was op de derde rij te zitten. Daarna was het tijd voor de jongste dochters. De een jongleerde met hoepels, de ander donderde steeds van een bal af, waarbij directeur papa haar bemoedigend toesprak. Opgeven doe je in het circus nooit. Alhoewel, het zou voor dit circus misschien beter zijn om…. Ach laat maar.

Tijdens een act van Patate brak er boven Manhay een ware stortbui los. Het water liep vrolijk onder het tentzeil door. Patate keek verontrust naar het dak. Maar dat kon helemaal niet instorten, er zaten zoveel gaten in, dat het water vrolijk binnenlekte. Het water stond de directeur reeds in de schoenen toen het een na laatste beest binnengebracht werd. Een kameel die drie rondjes liep, vervolgens op hol dreigde te slaan en tenslotte weer afgevoerd werd. Als aller aller laatste had Patate nog een verassing voor de allerkleinsten: een klein paardje, waar alle kinderen op mochten! Alle kinderen mochten een rondje, waardoor het circusprogramma behoorlijk uitliep. Na bijna twee uur vertrokken we met rugklachten en de slappe lach uit Manhay. En onze kinderen….die vonden het geweldig. Met een zachte G, dat dan weer wel!

Gepubliceerd: 21 augustus 2008

Een reactie plaatsen